Matthijs den Dekker

Stel vragen, zoek God, reis mee. Verhelder je blik. | Een blog sinds 2013

6 Bijbelse ideeën over geven naar aanleiding van Paulus’ collecte voor Jeruzalem

Een reactie plaatsen

Het is de eerste eeuw na Christus. Geen e-mail, geen PayPal, geen IBAN, geen internetbankieren, geen bank. De gemeente in Jeruzalem zit in financiële nood en vraagt hulp aan collega-gemeenten. Paulus helpt een handje mee door mensen op pad te sturen, brieven te schrijven en ik ga ervan uit dat hij zelf ook een duit in het zakje gedaan heeft. Na een jaar (een jáár!) gaat hij eens polsen hoe het ermee staat. Hij schrijft erover in een van zijn brieven aan de gemeente in Korinte.

Het is een brief die niets aan duidelijkheid te wensen overlaat: “Macedonië heeft al superveel gegeven!”, “Maak me trots!”, “Het gaat toch niet gebeuren dat je alles pas bij elkaar schraapt als ik er ben!?”

Jezus spreekt relatief veel over geld en bezit, maar bij Paulus vinden we er heel wat minder van terug. Deze brief, 2 Korinte 8 en 9, is een van de plekken waar hij wél uitgebreid op geld en geven ingaat. Uit die twee hoofdstukken haal ik 6 Bijbelse ideeën rond geven.

1. “Ze gaven zichzelf eerst aan de Heer en vervolgens ook aan ons.” (2 Kor 8:5)

Jezus is Heer over ons leven. Als je Hem volgt, volg je Hem in alles wat je doet en met alles wat je hebt. Je keuzes, je talenten, je bezit, je geld. Dat betekent dat God iets te zeggen heeft over wat je met je geld en bezit doet. God gebruikt jouw bezit om zowel jezelf als anderen te zegenen. Dat maakt geven geen rechte lijn. Geven is een driehoek. Je geeft aan God en de ander (persoon, kerk, organisatie) ontvangt van God. Fysiek gezien geef je direct, geestelijk gezien is geven een driehoek.

2. “Het is niet de bedoeling dat u door anderen te helpen zelf in moeilijkheden raakt.” (2 Kor 8:13)

Je geeft alles aan God. Je bezit, je keuzes, je lichaam, je geld. Logisch dat je dus ook alles gebruikt om anderen te zegenen. Gelukkig brengt Paulus hier wat gezond verstand in: Geven is goed, maar niet als het je zelf in moeilijkheden brengt. Je hoort vaak dat geven een offer moet zijn en in zekere zin is dat ook zo. Als je Jezus volgt met je bezit zal Hij daar af en toe offers in vragen. Maar als je zelf in moeilijkheden raakt door te geven, is het goed eens naar je motieven, je contact met God of je zelfbeeld te kijken.

3. “We proberen niet alleen tegenover de Heer het goede te doen, maar ook tegenover mensen.” (2 Kor 8:21)

Nog zo’n gezondverstandprincipe. Verantwoording aan God ontslaat je niet van zorgvuldigheid tegenover andere mensen. Paulus stuurt bewust andere mensen dan zichzelf om te helpen bij de collecte om verdenkingen te voorkomen. Onzorgvuldigheid, grijze gebieden, constructies waardoor je minder belasting betaalt ‘zodat je meer kunt geven’. Steeds maar weer moet de vraag zijn: Hoe zorg ik dat ik, ook als ik geef, het goede doe tegenover andere mensen?

4. “Wie overvloedig zaait, zal overvloedig oogsten.” (2 Kor 9:6)

Een gevaarlijke tekst omdat hij vaak misbruikt wordt. God beloont mensen voor hun geven. Paulus zegt het, Jezus zegt het (“De Vader beloont wat je in het verborgene geeft”). Er is een connectie tussen geven en Gods beloning. Geven is zaaien in Gods Koninkrijk en wie zaait zal ook genieten van de oogst. Als je het op die manier breder trekt, is ook duidelijk dat ‘belonen’ niet betekent dat je vooral veel geld terugontvangt. Je geniet van de zegen, van de oogst, van wat er in Gods Koninkrijk gebeurt met jouw bijdrage.

5. “God heeft lief wie blijmoedig geeft.” (2 Kor 9:7)

Het hele vers is eigenlijk: “Laat ieder zo veel geven als hij zelf besloten heeft, zonder tegenzin of dwang, want God heeft lief wie blijmoedig geeft.” Als je God inspraak geeft in wat je met je geld doet, ben je aan hem verantwoording schuldig. Je hoeft je dus nooit te laten dwingen of manipuleren. Wil je niet geven? Vooral niet doen. Maar ga wel in gesprek met God en vraag hem wat Hij ervan vindt. Als je er met God uitkomt, kun je blijmoedig geven en genieten van de beloning die je in Gods Koninkrijk zult proeven.

6. “Uw vrijgevigheid leidt tot dankzegging aan God.” (2 Kor 9:11)

Uiteindelijk is dit het centrale punt rond geven. God gebruikt jouw bezit en geld om jezelf en anderen te zegenen en om zijn plannen ten uitvoer te brengen. Geven leidt tot dankzegging aan God. Het eert Hem en daarmee is geven een vorm van aanbidding. Als iemand die ‘van giften leeft’ kan ik beamen dat gezond, vrijmoedig geven dankbaarheid kweekt bij de ontvanger. Ik ben dankbaar voor de mensen die in mijn werk investeren en dank God voor hen.

Ik hoop dat deze blog je stimuleert te geven, meer te geven, maar vooral vrijmoediger en blijmoediger te geven. Geven is geen moeilijk, moeizaam, vermoeiend iets. Als je werkelijk begrijpt dat God jouw bezit gebruikt om te zegenen en te bouwen, is geven een vreugde.

 

(Fotocredit: Fabian Blank)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *