Matthijs den Dekker

Stel vragen, zoek God, reis mee. Verhelder je blik. | Een blog sinds 2013

De zonde van Sodom is geen ver-van-mijn-bedshow

Een reactie plaatsen

Sodom en Gomorra. De namen staan symbool voor losbandigheid en seksuele onreinheid. De mannen van Sodom wilden zich in alle openheid vergrijpen aan de gasten van Lot en ook Lot lijkt een tik van de molen te hebben gehad toen hij in ruil zijn dochters aanbood. De stad werd verwoest en tot voorbeeld gesteld voor de generaties die kwamen. Sodom is altijd een afschrikwekkend voorbeeld geweest van alles wat er seksueel mis kon gaan. De stad leende zijn naam aan het woord sodomie, dat gebruikt werd voor ‘tegennatuurlijke seksuele handelingen’ (en waar woorden als gesodemieter en mietje van afgeleid zijn). Allemaal dingen die goede gelovigen niet doen.

Sodom is een afschrikwekkend voorbeeld

Sodom wordt ook in het Nieuwe Testament als voorbeeld gesteld. Petrus schrijft: “Ook Sodom en Gomorra heeft hij tot de vernietiging veroordeeld, hij heeft die steden in de as gelegd en ze daarmee ten voorbeeld gesteld aan alle zondaars van latere tijden.” Judas doet er nog een schepje bovenop in zijn brief: “En herinner u ook Sodom en Gomorra en de naburige steden. Net als die engelen pleegden ze ontucht en liepen ze achter wezens aan die anders waren dan zijzelf, en nu liggen ze daar als afschrikwekkend voorbeeld, gestraft met een nooit dovend vuur.”

Maar wel een ver-van-mijn-bedshow

Ik heb me nooit veel van het voorbeeld van Sodom aangetrokken, omdat de zonden waar de stad mee geassocieerd wordt ver buiten mijn belevingswereld liggen. Sodom is een afschrikwekkend voorbeeld, daar is iedereen het over eens. Maar waarom wordt Sodom dan in het Nieuwe Testament ook als voorbeeld gesteld, dus ook aan de gelovigen van toen en daarmee ook aan de gelovigen van nu? Ik vind dat opvallend, omdat het een ver-van-mijn-bedshow is: het gaat om uitspattingen waar de gemiddelde christen over het algemeen niets mee te maken heeft. Dat is het voor mij in ieder geval, hopelijk ook voor jou.

Tot ik over Sodom las in Ezechiël

Ezechiël 16: 48-50:

Zo waar ik leef – spreekt God, de HEER –, je zuster Sodom en haar dochters hebben zich niet zo slecht gedragen als jij en je dochters. Terwijl zij zich toch, omdat ze genoeg te eten hadden en onbezorgd van hun rust konden genieten, hoogmoedig gedroegen en niets deden voor de armen en de machtelozen. Ze verhieven zich boven de anderen, wat ze deden vond ik gruwelijk. Ik zag het en heb hen weggevaagd.

Ik heb genoeg te eten, ik geniet onbezorgd van mijn rust. De ‘gruwelijkheden’ van Sodom komen opeens akelig dicht bij mij en mijn leven.

 

(Fotocredit: Stéfan, creative commons)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *