Matthijs den Dekker

Stel vragen, zoek God, reis mee. Verhelder je blik. | Een blog sinds 2013

Vlammende lucifer bij blog gebedskaars

Dit is wat ik bid als ik mijn gebedskaars aansteek

2 reacties

Het woord gebedskaars roept bij de meeste lezers niet de verwachting op van een flitsende blog, gok ik zo. Het is namelijk ook niet flitsend. Het is wel krachtig. Het aanstrijken van een lucifer en aansteken van een kaars, het licht en de warmte van vuur – het is tastbaar en concreet.

Het aansteken van een gebedskaars is een van de rituelen die ik eerder dit jaar begonnen ben en die is blijven plakken. Ik probeer elke werkdag te beginnen met een half uur gebed en als dat thuis is, steek ik mijn gebedskaars aan.

Ik hou vaak wel van rituelen. Rituelen zijn goed als ze helpen focussen op waarheid. Rituelen moeten herzien worden als ze verworden tot show of uitgehold worden tot een moetje.

In de loop van de tijd is er een gebed gegroeid rond het aansteken van de kaars. Een moment waarin ik dezelfde woorden herhaal. Het gebed is ontstaan vanuit verschillende teksten over licht in de Bijbel. Ik blijf het steeds weer bidden, omdat het waarheid is waar ik mezelf aan wil herinneren.

Elke keer als ik mijn gebedskaars aansteek, bid ik deze drie zinnen.

Jahweh, met het aansteken van deze kaars belijd ik dat je licht bent en in jou geen spoor van duisternis is.

Met deze tekst (1 Johannes 1:5) probeer ik te voorkomen dat ik te menselijk over God denk (ik schreef eerder over waarom ik ‘je’ zeg en Jahweh). In God is geen spoor van duisternis. Als ik nadenk over God en liefde heb ik snel menselijke liefde in gedachten. Of als ik nadenk over God als vader denk ik aan menselijke vaders. Menselijk, want altijd met sporen van duisternis erin.

Deze tekst helpt mij steeds weer om te beseffen dat God geen last heeft van het menselijke in liefde. Zoals afgunst, twijfel of zelfzucht. Of de menselijke tekortkomingen in een vader. God is God, God is liefde, God is vader, in zijn perfectie. Zonder een spoor van duisternis. En dat maakt dat ik het ook nooit helemaal kan vatten. Maar als ik denk over God kan ik denken aan volledig licht.

Jezus, met het aansteken van deze kaars besef ik dat jij zegt dat ik het licht van deze wereld ben en dat licht niet moet verstoppen.

God is licht, ik ben het licht van de wereld. In Matteüs 5:14 zegt Jezus het tegen mij: verstop dat licht niet. Maar wat doe ik veel te vaak? Precies. Ik ben het licht van deze wereld en ik moet mezelf eraan blijven herinneren dat ik straal, moet stralen en mijn licht niet moet verstoppen.

Ik straal sowieso. Mensen zien aan iets van Jezus in mij, dat kan niet anders. Ik moet stralen betekent dat ik mezelf de ruimte moet geven om te stralen, om gevoed te worden, om in vuur en vlam gezet te worden. En het vuur dat ik heb moet ik niet verstoppen.

Ruach, met het aansteken van deze kaars bid ik om je vuur, je warmte en je licht in mijn hart en ziel; om dat licht uit te stralen en in Gods licht te leven.

Na Jahweh als naam en Jezus als naam vond ik Geest te onpersoonlijk. Daarom probeer ik nu uit hoe het is als ik de heilige Geest ook een naam geef. Ruach is het Hebreeuwse woord voor Geest en daarmee een goede naam.

Met mijn gebed om Gods licht te ervaren en om zelf te stralen, komt ook steeds weer het besef dat me dat niet alleen lukt. Zoals de kaars de lucifer nodig heeft, zo heb ik steeds weer Ruach nodig. Het is zijn vuur, warmte en licht en hij is het die me steeds weer aansteekt, oppookt, aanvuurt.

(Fotocredit: CEBImagery, creative commons)

2 thoughts on “Dit is wat ik bid als ik mijn gebedskaars aansteek

  1. mooi mathijs echt geroerd door eerste stukje “Hij” is zoveel meer dan aardse liefde en dan menselijke vader liefde

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.