Matthijs den Dekker

Stel vragen, zoek God, reis mee. Verhelder je blik. | Een blog sinds 2013

Waarom ‘goede dingen’ niet is wat God goed maakt [Gastblog]

Een reactie plaatsen

SONY DSCDit is een gastblog van Joyce Kremers. Ik ken Joyce sinds we samen aan het toneelstuk The Singer werkten. Ik vind het bijzonder hoe ze, door moeilijke tijden heen, haar geloof dieper heeft laten wortelen, in plaats van op te geven. Daarom ben ik blij dat ze daarover deze gastblog heeft geschreven. Joyce komt uit Canada, is inmiddels al elf jaar met een Nederlander getrouwd en geeft les aan de Hanzehogeschool Groningen.

Gifgroene graffiti

De Prinses Irenetunnel in Delft is de grootste plek in Nederland waar graffitiartiesten legaal hun gang kunnen gaan, hoewel de tunnel helaas in 2015 gesloten wordt. Onlangs liep ik er nog één laatste keer doorheen om de kunstwerken te bewonderen. De grote, gifgroene bellenblaasletters waren niet te missen. Ze spetterden over de andere, somberdere tekeningen. “God is liefde”, stond er. Het is een populaire uitspraak. Ze deden me denken aan die andere woorden: God is goed.

Ik heb die zinnetjes duizenden keren gehoord (net als volgens mij iedereen), al als klein meisje met roze jurkjes en kanten sokjes. Toen ik nog klein was, en ook als tiener, was het makkelijk om ze te geloven. Natuurlijk was God goed. Natuurlijk was God liefde. Ik ontving goedheid en liefde in overvloed. Ik had twee godvrezende ouders, vijf lieve oudere broers (mijn helden), gezondheid, dagelijks eten en bescherming tegen gevaar (behalve honden – mijn jeugdtrauma). Vertrouwen in Gods goedheid en liefde was net zo normaal als ademen.

Lijden

Natuurlijk hoorde ik van mensen die het minder hadden. In onze keuken hing een kalender met foto’s van hongerige kindjes in de Filippijnen. Ook dichter bij huis kwam ik lijden tegen. Een meisje in mijn klas had een hazenlip en werd genadeloos gepest. Ik begreep haar pijn, maar over het algemeen was het leven, vanuit mijn beperkte waarneming, goed.

De jaren die volgden had ik mijn eigen bescheiden ervaringen met (wat ik noemde) lijden. Ik had diepe heimwee toen ik op mijn achttiende vijf maanden in het buitenland woonde. ‘s Nachts, in mijn bed op zolder, riep ik met David God aan voor troost: “Hoor mijn smeekbede als ik u om hulp roep.”(Ps. 28:2)

Ik bad om verlichting van mijn pijn – het liefst in tastbare vorm (een brief van thuis bijvoorbeeld; dit was nog in de tijd voor het internet). De meeste dagen werd ik teleurgesteld. Een enkele keer kreeg ik een brief en die dagen was ik vervuld van dankbaarheid. Op die dagen was God goed. Op die dagen was God liefde.

Noodtoestanden

Ik was 24 toen ik mijn eerste kind kreeg, Naomi. Naomi werd zeven weken te vroeg geboren en had problemen met haar longen. Ze kon niet zelfstandig ademen, haar situatie was kritiek en ze moest een paar weken in een couveuse doorbrengen. Dagenlang vocht ze voor haar leven, terwijl ik me over het glas boog en wanhopig bad voor haar leven. Ze overleefde. God was goed. God was liefde.
Jaren later werd mijn zoon van twaalf in allerijl naar het ziekenhuis gebracht, omdat hij een acute hersenoperatie nodig had. Een aantal bloedvaten in zijn hersenen waren gebarsten. Terwijl de chirurg negen uur lang met zorg en precisie in zijn hersenen prikte en wrikte, bad ik voor zijn leven. Ook hij overleefde. Weer was God goed. Weer was God liefde.

Veel mensen lopen tegen dit soort noodtoestanden aan. We bidden dat de uitslag van het kankeronderzoek goed zal zijn. En als het dat is, roepen we: God is goed! We bidden dat de baby gezond zal zijn. En wanneer ons perfecte kleine kindje geboren wordt, verheugen we ons: God is goed! En dat moeten we ook. God is goed.

We bidden ook voor minder essentiële dingen. We bidden voor een geweldige baan en als we hem krijgen, verkondigen we trots: God is goed. We bidden voor zon op onze trouwdag en als hij doorkomt, beweren we: God is goed!
Zo moet het ook. Onze gezondheid, een gezonde baby, zonneschijn en die baan komen waarschijnlijk ook echt allemaal van een goede en liefdevolle Vader.

Maar hoe zit het met de regen, de afwijzing, de handicap of zelfs de negatieve uitslag?

Geen vertrouwen meer

Een jaar voor de acute hersenoperatie van mijn zoon vertelde mijn man, een New Age-goeroe, na achttien jaar huwelijk dat hij twee van zijn discipelen, twee beeldschone blonde zusters, als zijn tweede en derde vrouw zou nemen. Hij beweerde dat dit een opdracht van God was. Ik had deze man achttien jaar lang vertrouwd en hoewel zijn mededeling nergens op sloeg, verlangde ik ernaar hem ook hierin te kunnen vertrouwen. Na een maand van zoeken en worstelen besloot ik echter dat ik dat niet meer kon en maakte ik teleurgesteld een eind aan ons huwelijk.

Weer bad ik. Wanhopig. Ik bad dat mijn echtgenoot zijn fout zou inzien en terug zou keren naar zijn geloof. Het geloof van achttien jaar daarvoor, dat me juist zo in hem aantrok toen ik hem voor het eerst ontmoette. Weken en maanden gingen voorbij, maar er gebeurde niets. Een jaar lang klampte ik me vast aan God, rekenend op Zijn goedheid en Zijn liefde. Maar ik wilde ook tastbaar bewijs.

David en Habakuk

Jarenlang preekte mijn New Age-echtgenoot over een ‘denkbeeldige God’. Deze woorden, denkbeeldige God, stormden in mijn hoofd en dreven de spot met mijn geloof in een goede, liefdevolle God. Gaandeweg kwam twijfel naar boven. Ik schaamde me ervoor dat mijn geloof zo afhankelijk was van het ervaren van goede dingen. Ik kende het verhaal van Job, en mijn theologie bood ruimte voor persoonlijk lijden. Waarom raakte mijn geloof dan zo in de verdrukking?

Zoals velen was ik gewend om, al was het onopzettelijk, Gods goedheid en liefde gelijk te stellen met goede dingen. Hoewel onze theologie ruimte biedt voor menselijk lijden, vallen we met onze woorden en gedachten door de mand. We claimen Gods goedheid als we het auto-ongeluk omzeilen, als we de voetbalwedstrijd winnen, als we slagen voor ons examen, enz. Dit is niet verkeerd. God is ook goed, als we veilig zijn, als we winnen, als we slagen.

Maar – Hij is ook goed als we wel gewond raken, als we verliezen, of als we zakken. Met andere woorden: veiligheid, winst en slagen – en we kunnen heel wat aan deze lijst toevoegen – is niet wat God goed maakt. Hij is goed, omdat Hij zegt dat Hij dat is. Hij is goed, omdat Hij heilig is, trouw, teder, machtig, en nog veel meer. Hij is goed. God is goed, ongeacht hoe ons leven is. Het is goed om met David te zingen over “geluk en genade” die ons volgen, maar we moeten ook met Habakuk meezingen:

Al zal de vijgenboom niet bloeien,
al zal de wijnstok niets voortbrengen,
al zal de oogst van de olijfboom tegenvallen,
al zal er geen koren op de akkers staan,
al zal er geen schaap meer in de kooien zijn
en geen rund meer binnen de omheining –
toch zal ik juichen voor de HEER,
jubelen voor de God die mij redt.
(Habakuk 3: 17 en 18)

Als we mee kunnen zingen met zowel David als Habakuk, weten we het ten diepste: God is goed en God is liefde! Onder alle omstandigheden.

Tijd voor graffiti!

 

(Fotocedit banner: C-monster, creative commons)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *