Matthijs den Dekker

Stel vragen, zoek God, reis mee. Verhelder je blik. | Een blog sinds 2013

Waarom ik van de HEER weer Jahweh wil maken

3 reacties

Ik ben klaar met het woord Heer. Niet het woord Heer, maar het woord Heer. Zoals je dat in je Bijbelvertaling vindt, met name in de Hebreeuwse boeken. Het is de weergave van de naam van God: JHWH, over het algemeen uitgesproken als Jahweh (door sommigen als Jehovah). Over die naam zegt mijn NBV, bij de leeswijzer voorin:

“In de Hebreeuwse tekst van de Bijbel wordt de God van Israël vaak aangeduid als JHWH. Omdat deze naam van oudsher niet uitgesproken wordt, is het gebruik ontstaan in plaats daarvan ‘Heer’ te lezen. In De Nieuwe Bijbelvertaling wordt in lijn met deze traditie de godsnaam JHWH weergegeven met Heer. Overal waar deze aanduiding voorkomt kan men bijvoorbeeld ook (voor)lezen: Aanwezige, Eeuwige, Enige, God, He(e)re, Levende, De Naam, Onnoembare.”

Een andere leeswijzer

Ik heb een andere leeswijzer voor je. Wat als je, overal waar de aanduiding Heer voorkomt, je (voor)leest: Jahweh? Zoals de naam van God is. Ik ben mezelf aan het aanleren om dat te doen en wel om de volgende reden: God zegt het zelf.

Als ik ergens binnenkom en mezelf voorstel, stel ik me voor met Matthijs den Dekker. Als mensen mij meneer Den Dekker noemen, zeg ik al snel: “Zeg maar Matthijs.” Wat als iemand dan zegt: “Oh, Matthijs. Dat is een prachtige naam. Het betekent Geschenk van God. Fantastisch, wat een mooie naam, die ga ik niet gebruiken! Weet je wat, ik noem je voortaan Den Dekker! En overal waar ik Den Dekker zeg, mag je ook horen: Meded, Geschenk, DenD, Onnoembare, Schrijvende.” Dat zou raar zijn.

Aanwezigheid

Het is natuurlijk niet het grootste issue in het leven van een christen, maar het steekt me wel. God noemt zichzelf ‘Ik Ben’. Of ook vertaald als: ‘Ik ben die er zijn zal’ of ‘Ik zal er zijn’. In Exodus 3:15 zegt God: “Zo wil ik voor altijd heten, met die naam wil ik worden aangeroepen door alle komende generaties.” God wil dat we hem zo noemen.

Jahweh is een naam die diepgaat, die vooruitkijkt, die iets wezenlijks zegt over de drager: Ik Zal Er Zijn. Van alle eigenschappen die God heeft, kiest Hij ervoor om zijn aanwezigheid en betrokkenheid bij mensen te dragen als naam. Hij had zichzelf ook ‘Ik kan alles’ kunnen noemen, of ‘Heilig en verheven’. Maar Hij kiest voor ‘Ik ben’.

Het is wat mij betreft ongepaste vroomheid om juist die naam niet uit te willen spreken. Waarom hebben we het verplat tot het nietszeggende Heer, dat we dan als een soort verborgen code in klein kapitaal schrijven? Jahweh is de naam van de aanwezige God, Heer is de titel van een edele met dienaren. Het steekt me dat we de lading van de naam Jahweh om onduidelijke redenen hebben weggemoffeld.

Link met Jezus en Israël

Ik zie nog twee redenen om terug te keren naar Jahweh als naam van God. Het is ten eerste een duidelijke link met Jezus, die in de evangeliën een aantal expliciete ‘Ik ben…’-statements maakt. Ten tweede laat het de link met het volk van God zien. Jahweh is een naam die hoort bij Gods verbond met Israël, een verbond waar christenen in geadopteerd zijn.

Er zit kracht in de naam van een God die zegt dat Hij er zal zijn. Het is een naam van hoop, van toekomst, van betrokkenheid. God zegt dat Hij Jahweh genoemd wil worden en dat ga ik doen.

 

(Fotocredit: Tom Beardshaw, creative commons)

3 thoughts on “Waarom ik van de HEER weer Jahweh wil maken

  1. Goed werk. Dankjewel

  2. Revelation 21:22-27 King James Version (KJV)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *