Matthijs den Dekker

Stel vragen, zoek God, reis mee. Verhelder je blik. | Een blog sinds 2013

Hoe de Silmarillion van Tolkien mijn geloof voedt

Een reactie plaatsen

Tijdens elk gesprek over Lord of the Rings, Midden-Aarde en Tolkien komt er een moment dat het onderscheid tussen mannen en jongens duidelijk wordt. Dat moment komt als de Silmarillion ter sprake komt. De Silmarillion is dat dikke boek van Tolkien dat alleen echte mannen gelezen hebben. Of, vanuit het standpunt van de ander: dat alleen echte Tolkien-nerds gelezen hebben. Het gaat over de gebeurtenissen in Midden-Aarde in de eeuwen voor dat gedoe met Frodo en de ring. Als ik een top tien zou moeten maken van boeken die het meest mijn geloof hebben beïnvloed staat de Silmarillion daar zeker tussen.

De Silmarillion is een verzameling verhalen en aantekeningen die Tolkien in de loop van zijn carrière geschreven heeft. Na zijn dood zijn ze gebundeld door zijn zoon, omdat hij die rijke geschiedenis toegankelijk wilde maken. Geschiedenis die Tolkien zelf alleen maar gebruikte als achtergrond voor Lord of the Rings, maar die op zichzelf prachtig geschreven verhalen vormen. Vandaag wil ik twee ideeën uit de Silmarillion met je delen. Het zijn ideeën die mijn geloofsbeleving voeden en beïnvloeden. (Wees gerust, volgende week komt er weer een niet-nerd-blog.)

1. De schepping van de wereld

Het begin van de Silmarillion beschrijft de schepping van de wereld door Eru, de Ene. Eru wordt gediend door de Ainur, wezens die uit hem voortkomen, maar toch anders zijn. Eru besluit de Ainur een lied bekend te maken en hen te laten zingen. Ieder van hen heeft zijn eigen deel en het is hen toegestaan te variëren op hun thema en nieuwe accenten te leggen. Zo weeft de muziek zich door de leegte die er is in de wereld buiten de zalen van Eru.

Eru zit en luistert en terwijl de Ainur zingen, zien ze visioenen van een wereld, die de muziek van Eru oproept. Ieder ziet hoe zijn eigen thema daarin een plaats heeft en hoe hun variaties op hun thema hen in staat stelt de eeuwen van de wereld vorm te geven. Een van hen wil echter meer en begint steeds meer te dissoneren met het thema. Hij komt in opstand tegen de melodie van Eru en kwaad kruipt het visioen over Arda binnen. Eru zet een tegenmelodie in en lange tijd strijden de melodieën tegen elkaar, tot Eru er een eind aan maakt en met één machtig slotakkoord de muziek stopt.

De Ainur zwijgen en het visioen verdwijnt en de leegte van de wereld voelt voor hen nog leger en de duisternis buiten de zalen van Eru voelt voor hen nog duisterder. Velen van hen verlangen terug naar het visioen en de prachtige wereld die daar gevormd werd. De melodie van Eru bevatte schoonheid en rijkheid en hun eigen variaties vormden een wereld waar ze nu naar verlangen. Eru besluit hun verlangens te vervullen. Met de woorden ‘Laat deze dingen Bestaan,’ schept hij Eä, de Wereld die Bestaat.

Dit verhaal raakt mijn hart. Het maakt van de schepping van de wereld een waarlijk creatief proces. Het benadrukt de creativiteit van God die de wereld samenweeft. Vanuit een melodie die uit hemzelf voortkomt ontstaat de schoonheid van de wereld, van de jaargetijden en natuurwetten. De schepping is een melodie, een dans, een kunstwerk van een machtige Kunstenaar.

2. Het verlangen naar het Westen

Het verlangen van de Ainur naar de Wereld die Bestaat, is zo groot dat een aantal van hen er willen wonen. Degene die afdalen naar de wereld worden de Valar genoemd. Ook de opstandige Ainur daalt af, maar in zijn geval met het verlangen zijn eigen melodie kracht bij te zetten en de schoonheid teniet te doen. Terwijl hij een burcht bouwt in het noorden van Midden-Aarde, bouwen de Valar hun rijk op een eiland aan de westelijke rand van de wereld, met een grote zee tussen hun rijk en Midden-Aarde.

Het is op deze wereld dat uiteindelijk de Elfen ontwaken, en vele eeuwen later ook de Mensen. De Valar verheugen zich in de komst van de Elfen en laten drie van hun koningen naar hun rijk komen om te laten zien wat ze daar gebouwd hebben. De Elfenkoningen raken verbaasd en verbijsterd en zijn onder de indruk van de schoonheid en vrede van het Gezegende Rijk. Als zij terugkeren naar Midden-Aarde om hun volken te bewegen naar het Westen te trekken en bij de Valar te wonen, ontbrandt een sterk verlangen in de harten van de Elfen. Ze gaan op weg. Sommige Elfenvolken bereiken het land, anderen blijven om verschillende reden in Midden-Aarde.

De verhalen die ze gehoord hebben zetten zich echter diep vast in de ziel van de Elfen en elke Elf heeft sinds die tijd diep van binnen een weemoedig verlangen om naar het Westen en het Gezegende Rijk van de Valar te gaan. Door de komst van het kwaad in de wereld is er in hun eigen land geen vrede en rust. Elke Elf is geroepen om voor eeuwig in vrede en geluk te wonen in het rijk van de Valar en het verlangen naar dat thuis is altijd aanwezig.

Dit is het thema in het boek dat mij het meest raakt. Het is de plek waar het theologische verlangen van Tolkien het meest door de verhalen heen schijnt. Het verlangen naar een nieuw rijk waar vrede en geluk heerst, een verlangen dat standhoudt te midden van het dagelijks leven of het kwaad van deze wereld. Dat verlangen verwoordt Tolkien. Het zet zich vast in mijn eigen hart en voedt mijn hoop.

Ik ben een groot fan van Tolkien omdat hij kracht geeft aan schoonheid, kracht geeft aan het goede. In zijn verhalen weeft hij het verhaal van God op een poëtische manier. Het is een verhaal en het raakt me dieper dan welk studieboek over het geloof dat ik ook maar gelezen heb.

(Fotocredit: Stojanoski Slave, creative commons)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *